Ooit was het mijn hoofdinkomen, dat lesgeven. Ik was muziekdocent in het Voortgezet Onderwijs en ik gaf tuba en trombonelessen op diverse opleidingen en muziekscholen. Met dat laatste stopte ik als eerste. Die lessen zijn inmiddels alweer bijna 20 jaar geleden.
Op het Beatrixcollege stopte ik eind 2020 als muziekdocent. De reden was vooral de structuur die opgelegd werd en alle daarbij behorende verplichtingen. Cijfers, rapporten, verslagen, enz. Wat ik echt leuk vond aan het onderwijs waren de leerlingen. Ik kon oprecht blij worden als er weer zo’n groep van een kleine 30 man mijn klas binnenwandelde met de vraag: “He, meneer, wat gaan we vandaag weer eens doen?”
Aangezien ik op een bijzondere afdeling van de school lesgaf (5M Anders Leren) was mijn antwoord altijd standaard: “Dat bepaal je zelf, hier ben je zelf als leerling verantwoordelijk voor je leerproces.” En aangezien die pubers mij al langer kenden, praatten ze het laatste stukje van die zin al met me mee, en eindigde het met een verveeld: “Jahaaaaa, dat weten we nu wel.”
Dat is nu inmiddels alweer bijna 6 jaar geleden. Het schoolsysteem mis ik niet. Maar die heerlijke pubers wel. Gelukkig kom ik regelmatig nog leerlingen uit het Voortgezet Onderwijs tegen op Sparrenhof. Zoals bijvoorbeeld de komende week een groepje van De Nieuwste School. Ik ben hun opdrachtgever voor het ontwerpen van een bosspel voor basisschool leerlingen.
En afgelopen zomer liep er nog eentje binnen. Niet op een school, niet op Sparrenhof, maar in mijn studio achter in de tuin. Een enthousiaste jonge krullenbol die ik al een paar keer had ontmoet bij de Allegria Schoolbattle op Factorium. Hij wilde van alles weten over componeren en arrangeren. Zijn droom? Naar het conservatorium! En dus heb ik van alles laten zien en horen. Bijvoorbeeld over melodie, tegenmelodie en een tweede stem, met als mooi voorbeeld hier van het nummer Ach Meisje uit Hier adem ik vrij.
En na een paar uurtjes enthousiast kletsen over mijn eigen passie en die van hem, kwam er een aantal weken later een appje of hij vaker langs mocht komen. Nou, van mij wel. Blijkbaar kriebelt het toch weer om kennis over te dragen.
