Deze week gingen mijn gedachten weer even uit naar precies een jaar geleden. Toen waren het drukke dagen in het theater in Roermond. De première van mijn vierde musical Frontstad was inmiddels geweest en er zouden nog 5 voorstellingen volgen.
Frontstad was voor mij in die zin een bijzondere productie omdat ik van kinds af aan al een flinke interesse heb in de Tweede Wereldoorlog. Al op 12 jarige leeftijd las ik de boeken “Een brug te ver” en “De langste dag” van Cornelius Ryan. Nog vele oorlogsboeken zouden volgen.
In Roermond had ik al eerder de productie Muziektheater Cuypers geschreven en op een prettige manier samengewerkt met de schrijver Ton Nizet. Dus toen hij me vroeg of ik een productie over Roermond in de Tweede Wereldoorlog zag zitten, hoefde ik niet lang na te denken. Het leek me fantastisch om daar de muziek voor te schrijven.
Diegene die mij kennen als componist weten dat ik altijd al een voorliefde heb gehad om verhalen uit het verleden om te zetten naar klank. Al mijn producties hebben zo bijvoorbeeld een link met erfgoed en ook bij deze was dat niet anders. Deze keer was het een dagboek van een Roermonds meisje uit het verzet dat verliefd wordt op een Duits soldaat.
Dat de stad zich herkende in het verhaal en de muzikale vertaling daarvan, bleek wel uit de kaartverkoop. Een paar maanden voor de voorstellingen vond ik 6 voorstellingen nogal aan de ruime kant. Maar al snel bleek het tegendeel. Er is zelfs nog sprake geweest van een 7e voorstelling.
En dan na al het schrijven en repeteren staat jouw voorstelling ineens op de planken. En als dat ook nog zo vaak is, leef je in een roes die dagen. Twee nummers uit de productie ben ik in het bijzonder trots op. De eerste is bombardement. Die heb ik al eens gedeeld hier. Maar ook prachtig is het nummer dat de bevolking zingt als uiteindelijk de stad wordt geëvacueerd: Dodenstad.
