Ron Antens
Rons Blog
Blog
Nieuw lied…..nieuwe stijl…
Soms moet je wat geduld hebben om te kunnen roepen waar je mee bezig bent. Ik heb al een paar keer een hint kunnen geven, maar precies vertellen waar ik mee bezig was, kon nog niet. Dat is het lot van de blazer/arrangeur als de frontman nog even wil wachten om zijn creatie wereldkundig te maken. Daarom was het gisteren voor mij een feestje dat Ranco Mes zijn nummer “Je mag er zijn” de ether in slingerde. En hij bedacht er een mooi concept bij. Namelijk niet meteen een EP of een album, maar elke 15e van de maand een nieuwe single. Inmiddels zijn er zo’n 7 nummers opgenomen, dus de komende maanden kunnen we vooruit.
Mijn rol in dit geheel was die van arrangeur voor de blazers, trombonist en tubaist. Een aantal maanden geleden werd ik via Rick Henkelman, bassist van dit illustere gezelschap benaderd of ene Ranco Mes mij mocht bellen. Hij was op zoek naar een trombonist/tubaist, die als het even kon ook nog wat skills had op het gebied van arrangeren voor blazers. De nummers die bewerkt moesten worden waren weliswaar niet origineel, maar bij deze covers moesten nieuwe blazersarrangementen worden geschreven zodat er toch een eigen sound zou ontstaan. En mensen die mij kennen, weten dan dat dat precies een kolfje naar mijn hand is. Na wat eerste schetsen en de eerste opnames was er voldoende vertrouwen dat we met mijn bedenksels voort konden, en werden nog 5 nummers gemaakt. De bedoeling is dat we zeker nog meer moois gaan maken, en na verloop van tijd zullen er ook nog live optredens gaan komen. Tot slot dank aan mijn blazer-maatjes William Kroot op trompet en Leon Steuns op de saxen. Nieuwsgierig naar het resultaat? Luister de video bij deze blog maar.
Gezocht…..Kunstenaars
De titel is het resultaat van een zorg die me de laatste tijd bezig houdt. Terwijl ik me in de politiek hard maak voor Kunst en Cultuur, en daar gelukkig ook veel positiefs van terug zie in het nieuwe bestuursakkoord voor mijn stad Tilburg, maak ik me zorgen of we deze ambities allemaal wel ingevuld gaan krijgen. Een paar voorbeelden: bij mijn werk op de Cultuur BSO Monopole zijn we druk bezig om voor de zomervakantie allerlei leuke activiteiten en workshops te regelen. Maar tot mijn verbazing kreeg ik al bij 2 grote instanties in de stad te horen: “we willen je graag van dienst zijn, maar door personeelsgebrek kunnen we helaas niemand in die periode inzetten.” Verder berichtte ik vorige week al van mijn ervaring bij het orkest Brabant Sinfonia, waar ik naast 3 Spaanse trombonisten zit, die in Amsterdam studeren. Ik vraag me dan af: waren er dichterbij dan geen trombonisten te vinden? En het antwoord is, dat er helaas nog maar weinig jonge brabantse muzikanten zijn, die de stap naar een conservatorium wagen. Studeerde ik vroeger nog aan het Brabants Conservatorium, nu heet het AMPA, oftewel Academy of Music and Performing Arts. Niet zo gek die naam want inmiddels is zo ongeveer 60 % van de studenten afkomstig uit het buitenland.
Ik vrees dat de jarenlange bezuinigingen, en vooral de neerbuigende houding ten opzichte van professionele kunsten door bewindvoerders als Halbe Zijlstra, er voor hebben gezorgd dat de kunstopleidingen steeds leger worden. Voeg daar nog eens 2 jaar Corona aan toe, en zo langzamerhand moet je Nederlandse kunstenaars met een vergrootglas gaan zoeken. Laten we met z’n allen hopen dat deze ontwikkeling de stilte voor een storm blijkt te zijn. En dat ouders hun kinderen weer muziek, dans, theater, en beeldende kunsten durven te laten studeren. Wie gaan anders onze kleinkinderen nog leren om viool te spelen, of te dansen, of….
Spelen….en tellen…
Eindelijk, het was lang geleden, maar eindelijk weer eens lekker met een orkest gerepeteerd. Gisteravond was het de eerste repetitie voor mij met het orkest Brabant Sinfonia, een regionaal symfonie orkest. Een repetitie met de voor hen nieuwe dirigent Joost Smeets. Voor hen nieuw….maar niet voor mij. Joost is namelijk een collega tubaist van mijn generatie uit Thorn. En ja, die kennen elkaar natuurlijk. Bovendien woont Joost in dat prachtige witte dorp op een steenworp afstand van mijn studie vriend Erik. En hij was niet de enige bekende in het orkest. Ik kwam daar nog wel een paar andere oud studiegenoten tegen van het Brabants Conservatorium, zoals Ruud op trompet en Bart op hoorn, Liselot op fagot en Anne-marie op viool. En ook nog oud collega’s van het Factorium, zoals Taetske en Frits, op viool en op trompet en allang met pensioen, maar nog lang niet uitgespeeld.
En het mooie van tuba spelen in een symfonieorkest is dat je genoeg tijd hebt om te genieten van wat er klinkt. Je bent namelijk vaak meer aan het tellen van de maten rust, dan dat je daadwerkelijk speelt. En op een repetitie al helemaal natuurlijk, want als je dan eindelijk die 56 maten rust hebt geteld, slaat de dirigent af om nog wat passages met de violen en het hout nader onder de loep te nemen. In dat opzicht moet ik altijd terug denken aan die keer op het conservatorium dat ik de Vuurvogel van Stravinsky mocht spelen op mijn tuba met het orkest. Dat begon met de woorden TACET tot maat weet ik hoeveel. Met potlood stond erbij geschreven: ongeveer 27 minuten rust. Tsja, dat is het lot van de tubaist in de symfonische wereld. Zo ook dus gisteravond, maar tsjonge, wat heb ik ervan genoten !! Kom ook genieten op 10 juli in de Concertzaal in Tilburg. En voor wie niet kan? Check de opname Dvorak’s 6e symfonie in het bijgevoegde filmpje.
Te gast bij…
Een Kunstcafe en een lokale radio show. Leuk om jezelf weer eens aan het Tilburgse publiek te presenteren. Als eerste was ik te gast bij het KunstCafe in brasserie De Harmonie in de Stationsstraat. Ik mocht daar afgelopen zondag van alles vertellen over mijn instrument de Bastuba. Organisator Rob van Berkel vroeg mij het hemd van het lijf over de geschiedenis van het instrument en de rol van de tuba in diverse stijlen en ensembles. Ook het publiek liet zich niet onberoerd en wilde van alles weten. Van de hoogste tot de laagste toon en hoe lang zo’n metalen buis dan eigenlijk wel niet was. Als geluidsfragment had ik gekozen voor een opname van de CD Freedom van het Brabants JazzOrkest en Paul van Kemenade en wel het nummer Call in een arrangement van Niko Langenhuijsen.
De tweede plek waar ik te gast ben is het radioprogramma Radio voor Elkaar van Omroep Tilburg en Pieter Bon. In dat programma zal ik het onder andere hebben over het nieuwe Cultuur Herstelplan van staatssecretaris Gunay Uslu. Verder zijn er een 6-tal door mij gekozen tracks te horen. Een lastige opgave qua keuze, want door mijn nogal brede muziekvoorkeur, valt het niet mee om te beslissen wat uiteindelijk in de Tilburgse ether te horen zal zijn. Ik kan al wel verklappen dat ik voor muziek heb gekozen waar ik zelf vooral graag naar luister, en bewust niet voor tracks waarop ik zelf te horen ben. Dat komt nog wel een andere keer. Bijvoorbeeld samen met de persoon die ik in de uitzending ga bellen. Dat is iemand met wie ik de afgelopen maanden nauw heb samengewerkt en van wie binnenkort het eerste nummer te beluisteren zal zijn. Ikzelf speel mee op zowel tuba als trombone en was ook verantwoordelijk voor het blazers arrangement. Wie dat is? Tsja, dan moet je vanmiddag tussen 17.00 en 18.00 dus luisteren naar Radio voor Elkaar op Omroep Tilburg. In de videoclip bij deze blog alvast een voorproefje van mijn muziekkeuze.
Geduld…
Geduld is een schone zaak. Hmm, altijd leuk,die oud holandsche spreekwoorden. Maar soms wordt zo’n spreekwoordelijke deugd wel erg op de proef gesteld. En ik merk dat het ook wat met me doet. Tot voor kort ging ik altijd met plezier naar voorstellingen kijken van collega’s uit het mooie muziektheater wereldje. In de eerste plaats natuurlijk om te kijken wat al dat repeteren en werken had opgeleverd en wat mijn collega muzikanten, regisseurs, muzikaal leiders en vocaal coaches er weer van gemaakt hadden. Om daarna onder het genot van een drankje heerlijk na te kletsen over wat je gezien had en over wat je nog ging zien en maken natuurlijk.
Maar nu mijn eigen producties zo ver zijn uitgesteld, merk ik dat het wel heel pijnlijk wordt om naar het theater te gaan. Bij een gewone voorstelling of concert gaat het nog wel. Zo heb ik toch wel genoten van de Analogues in het Chassetheater in Breda samen met mijn vrouw Herma. Met dank aan neef Luc die kaartjes had, maar om gezondheidsredenen niet kon gaan en aan mij vroeg of ik interesse had. Maar zodra het om muziektheater gaat, kruipt er een twijfel in mijn hart en voel ik letterlijk pijn. Ik mis het zo verschrikkelijk om weer zelf er mee bezig te zijn, dat ik me er niet toe kan zetten om naar anderen te gaan kijken. Het doet me letterlijk te veel zeer. Ik zou er oneindig veel voor geven om op korte termijn weer live de muziek te horen die ik geschreven heb op de teksten van Michelle voor Hier adem ik vrij en van Ton voor Muziektheater Cuypers. Die laatste begint langzaamaan weer op te bouwen en er ligt een vraag om een compilatie te maken die ingezet kan worden voor de PR. Het begin is er, maar ik zal nog veel geduld moeten hebben.




